Help mee : Laat Jara horen met twee oren!

Een cochleair implantaat (CI)

CI is de afkorting van ‘cochleair implantaat’. Het is een apparaat dat dove en ernstig slechthorende mensen de mogelijkheid biedt iets te horen. Het bestaat uit een inwendig deel (het implantaat) en een uitwendig deel. Tegenwoordig is de techniek zo ver gevorderd dat de meeste kinderen met een CI na verloop van tijd leren om gesproken taal te verstaan.

Hoe werkt een implantaat?

Een beschadigd binnenoor is vaak de oorzaak van doofheid of ernstig slechthorendheid. In dat geval kan een cochleair implantaat de functie van de zintuigcellen/trilhaartjes overnemen en de intact gebleven gehoorzenuw direct elektrisch stimuleren.

Een cochleair implantaat bestaat uit een uitwendig en een inwendig (geïmplanteerd) gedeelte. Tijdens een operatie wordt het inwendig gedeelte geplaatst, het uitwendig gedeelte wordt enkele weken na de operatie aangesloten. De microfoon van het uitwendige gedeelte vangt de geluiden op en zendt de informatie naar een spraakprocessor, die het geluidssignaal omzet in elektrische pulsen. Deze pulsen worden via een snoertje overgebracht naar een zendspoel. Deze zendspoel maakt met behulp van een magneet contact met een ontvanger onder de huid op de schedel.
De ontvanger geeft het elektrisch signaal vervolgens door aan de elektrode, die tijdens een operatie is ingebracht in het binnenoor (het slakkenhuis of de cochlea). De elektrode geeft elektrische pulsen af, die opgevangen worden door de nabijgelegen zenuwuiteinden van de gehoorzenuw.
Hoe werkt een CI?
De gehoorzenuw geeft op zijn beurt het signaal door naar de hersenen. Voorwaarde voor het succesvol toepassen van een CI is dus dat de gehoorzenuw en de daarachter liggende zenuwbanen goed functioneren.
Met een CI kunnen zowel zachte als harde geluiden en spraak worden waargenomen. De kwaliteit van de geluids- en spraakwaarneming is echter anders dan bij goedhorenden. Dat is logisch, want goedhorende mensen beschikken over ongeveer 3.000 zintuigcellen om geluidssignalen door te geven aan ca. 30.000 zenuwuiteinden.
Bij een CI wordt de functie van de 3.000 zintuigcellen overgenomen door maar een beperkt aantal elektroden (maximaal 22). Desondanks kan belangrijke informatie toch worden overgedragen aan de gehoorzenuw, zodat het verstaan van spraak vaak mogelijk is. Voor een aanzienlijk aantal CI-gebruikers is het zelfs mogelijk om met het CI te telefoneren.
Hoe klinkt een cochleair implantaat?

Een cochleair implantaat maakt het geluid niet harder, maar laat dragers (heel) anders horen. Uit dit geluidsfragment wordt duidelijk dat een CI geen "superhoortoestel" is die gebruikers weer horend maken. Een CI moet echt gezien worden als een hoorhulpmiddel. Ook na een succesvolle implantatie blijven CI-gebruikers slechthorend. De CI gebruiker zal moeite blijven houden met het onderscheiden van geluiden en het verstaan van wat er gezegd wordt, ook is luisteren naar muziek voor velen een teleurstelling. Ook blijft voor velen het gebruik van gebaren(taal) een belangrijke ondersteuning voor het begrijpen van gesproken taal.